Altersvorsorge, ofwel pensioenopbouw, is iets wat veel mensen voor zich uitschuiven. Toch is het een van de belangrijkste financiële keuzes die je in je leven maakt. In Duitsland is de wettelijke pensioenverzekering de grootste pijler van de oudedagsvoorziening. Maar die staatspensioenen zijn vaak niet genoeg om je gewone levensstandaard te behouden als je stopt met werken. Wie op tijd begint met sparen en beleggen voor later, heeft straks veel meer rust en vrijheid.
De drie pijlers van pensioenopbouw in Duitsland
Het Duitse systeem voor de opbouw van een pensioen werkt met drie pijlers. De eerste en grootste pijler is de wettelijke pensioenverzekering. Werknemers betalen hieraan mee via hun salaris, samen met hun werkgever. Maar door vergrijzing en een veranderende arbeidsmarkt wordt de uitkering uit deze pot steeds minder toereikend. De tweede pijler is het bedrijfspensioen, waarbij de werkgever meebetaalt aan een aanvullende regeling. De derde pijler bestaat uit privé spaarvormen, zoals een levensverzekering of een beleggingsrekening. Wie alleen op de eerste pijler rekent, merkt later misschien dat er een groot gat zit tussen zijn of haar laatste salaris en de maandelijkse uitkering. Dat gat heet de pensioenkloof, en die is in Duitsland voor veel mensen groter dan verwacht.
Privé sparen voor later: de mogelijkheden op een rij
Er zijn verschillende manieren om zelf extra geld opzij te zetten voor de oude dag. Een veelgekozen optie in Duitsland is de Riester-rente, een gesponsorde spaarregeling waarbij de overheid jaarlijks een bijdrage geeft. Gezinnen met kinderen krijgen extra toeslagen. Een andere bekende vorm is de Rürup-rente, die vooral interessant is voor zelfstandigen en hogere inkomens. Hiermee kun je belastingvoordeel halen op je inleg. Wie liever flexibel blijft, kiest soms voor een gewone spaarrekening of belegt in aandelen en fondsen via een beleggingsrekening. Elk van deze opties heeft voor en nadelen. Een gebonden verzekering geeft zekerheid maar minder vrijheid. Beleggen levert op lange termijn vaak meer op, maar brengt ook risico met zich mee. Hoe eerder je begint, hoe meer tijd je hebt om kleine inleg te laten groeien.
Het bedrijfspensioen als aanvulling via je werkgever
Veel werknemers in Duitsland hebben via hun werkgever recht op een aanvullend pensioen. Dit heet de betriebliche Altersversorgung, vaak afgekort als bAV. Werkgevers zijn verplicht om mee te werken als een werknemer hierom vraagt. Een deel van het brutosal wordt dan omgezet in pensioenopbouw, wat belastingvoordeel oplevert. Werkgevers betalen bovendien vaak een extra bijdrage bovenop het bedrag van de werknemer. Dat maakt dit een aantrekkelijke manier om aan je oudedagsvoorziening te werken zonder dat het je netto salaris meteen sterk verlaagt. Als je in een ander land werkt, zoals in Nederland, kun je bij je Nederlandse werkgever ook vragen naar aanvullende pensioenregelingen. Die zijn per sector en bedrijf verschillend, dus het loont altijd om dit na te vragen bij de personeelsafdeling of je werkgever zelf.
Wanneer moet je beginnen en hoeveel moet je sparen
Eerder beginnen met pensioensparen is bijna altijd beter. Hoe langer je spaart, hoe meer je geld de kans krijgt om te groeien door rente op rente. Iemand die op zijn twintigste al twintig euro per maand apart zet, heeft op zijn zestigste vaak meer dan iemand die op zijn veertigste pas honderd euro per maand begint. Dat klinkt verrassend, maar het is simpelweg hoe tijd en rente samenwerken. Een veel gehanteerde vuistregel is dat je per maand ongeveer tien tot vijftien procent van je inkomen kunt sparen voor later. Dat is voor veel mensen lastig, zeker als je ook een huur of hypotheek betaalt. Begin dan gewoon klein. Zelfs een kleine maandelijkse inleg geeft na twintig of dertig jaar een merkbaar resultaat. Laat je pensioenoverzicht regelmatig doorlichten, zodat je weet waar je staat en of je bijsparen nodig is.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een Riester-rente en een Rürup-rente?
De Riester-rente is bedoeld voor werknemers en gezinnen en geeft recht op jaarlijkse toeslagen van de overheid, plus extra geld voor kinderen. De Rürup-rente is er vooral voor zelfstandigen en mensen met een hoger inkomen. Het grote verschil zit in de belastingvoordelen en de doelgroep. Beide regelingen zijn bedoeld om naast het wettelijke pensioen extra geld op te bouwen voor de oude dag.
Krijg ik mijn opgebouwde pensioen mee als ik naar een ander land verhuizig?
Pensioenrechten die je in Duitsland hebt opgebouwd via de wettelijke verzekering blijven gewoon staan, ook als je later in een ander land gaat wonen. Je kunt je uitkering later gewoon aanvragen vanuit het buitenland. Privéverzekeringen en bedrijfspensioen hebben soms eigen regels, dus het is verstandig om dit te controleren bij je verzekeraar of werkgever.
Wat is de pensioenkloof en hoe groot is die in Duitsland?
De pensioenkloof is het verschil tussen je laatste salaris en de uitkering die je later via het staatspension ontvangt. In Duitsland ontvangen mensen gemiddeld maar zo’n veertig tot vijftig procent van hun vroegere salaris via de wettelijke pensioenuitkering. Wie gewend is aan een bepaald levensniveau, merkt dat dit lang niet altijd genoeg is. Aanvullend sparen helpt om dat gat te dichten.
Mag een werkgever weigeren om mee te werken aan een bedrijfspensioen?
Nee, in Duitsland heeft elke werknemer het wettelijke recht om een deel van zijn brutosalaris om te laten zetten naar een bedrijfspensioen. De werkgever is verplicht hieraan mee te werken. Werkgevers betalen ook zelf een verplichte bijdrage mee als de werknemer via salarisomzetting spaart. Hoeveel de werkgever bijdraagt hangt af van de cao en de bedrijfsregeling.



