Schaatsen in Nederland: een sport die in het bloed zit

Schaatsen is in Nederland veel meer dan een sport. Het zit verweven in de cultuur, de taal en de herinneringen van miljoenen mensen. Zodra de temperaturen zakken en het ijs dik genoeg is, trekt heel Nederland zijn schaatsen aan. Van kleine kinderen die voor het eerst wankelend een paar stappen zetten, tot ervaren rijders die moeiteloos over het ijs glijden. Die verbinding met het ijs gaat al eeuwen terug en voelt nog altijd heel vanzelfsprekend.

Een lange geschiedenis op het ijs

Al in de Middeleeuwen gebruikten mensen in de lage landen botten en later ijzers onder hun schoenen om zich over bevroren sloten en meren te verplaatsen. Het was geen sport, maar gewoon vervoer. Boeren en handelaren reden van dorp naar dorp over het ijs omdat dat sneller ging dan over modderige wegen. In de loop van de eeuwen veranderde dat. Rijden op het ijs werd een tijdverdrijf, een wedstrijdsport en uiteindelijk een nationale trots. De Elfstedentocht, de beroemde tocht langs elf Friese steden, is daarvan het duidelijkste bewijs. Die tocht wordt alleen gereden als het ijs op alle trajecten minstens vijftien centimeter dik is. De laatste keer dat dat lukte was in 1997. Sindsdien wacht heel Nederland op een nieuwe vorstperiode die lang genoeg aanhoudt.

Baanschaatsen op het hoogste niveau

Nederland behoort al decennialang tot de wereldtop in het baanschaatsen. Op de olympische spelen en wereldkampioenschappen pakt de Nederlandse ploeg met grote regelmaat medailles. Namen als Sven Kramer, Irene Schouten en Kjeld Nuis zijn bij het grote publiek goed bekend. Maar er zijn ook legendes uit een iets verder verleden die een enorme stempel hebben gedrukt op de sport. Anni Friesinger, een Duitse kampioene die in Nederland woont samen met haar man en oud-toprijder Ids Postma, is zo iemand. Beiden waren olympisch kampioen en bouwden na hun actieve carrière een leven op in Friesland. Hun verhaal laat zien hoe de schaatswereld soms een kleine gemeenschap is, waarin mensen met dezelfde passie elkaar vinden. Het professionele circuit vraagt enorm veel van sporters: zware trainingen, lange seizoenen en veel reizen. Toch trekt die wereld mensen aan die nergens anders zo tot hun recht komen.

Recreatief rijden op natuurijs en in de hal

Niet iedereen rijdt op wedstrijdniveau. De meeste mensen kennen het ijsplezier van een bevroren sloot in de winter of een middag op de ijsbaan in de buurt. Kunstijsbanen maken het mogelijk om het hele jaar door te rijden, ook als er geen vorst is. Er zijn in Nederland tientallen overdekte banen waar gezinnen, schoolklassen en vrienden terecht kunnen. Naast het gewone rondje rijden zijn er ook lessen voor beginners, ijshockey en kunstrijden. Dat laatste is een heel andere tak van de sport, waarbij muziek, choreografie en techniek samenkomen. Wie voor het eerst op het ijs stapt, merkt al snel dat balans alles is. Lage knieën, rechte rug en kleine stappen helpen om niet meteen te vallen. Het goede nieuws: de meeste mensen pikken het basisritme vrij snel op.

Waarom zoveel mensen houden van rijden op het ijs

Er zit iets bijzonders aan de gewaarwording van glijden over ijs. Het gevoel van snelheid zonder grote inspanning, de frisse lucht bij natuurijs en het geluid van schaatsen op een bevroren oppervlak zijn voor veel mensen verbonden aan fijne herinneringen. Onderzoek laat zien dat bewegen in de buitenlucht en sporten in groepsverband allebei goed zijn voor het welzijn. Rijden op het ijs combineert dat vaak op een natuurlijke manier. Vrienden rijden samen, families trekken er op uit en zelfs mensen die normaal weinig sporten, stappen in een vorstperiode graag het ijs op. Dat maakt deze sport uniek: het trekt mensen aan die anders misschien nooit bewust bezig zijn met sport. De drempel is laag, de lol is groot en de verbinding met een eeuwenoude Nederlandse traditie maakt het extra waardevol.

Veelgestelde vragen

Hoe dik moet het ijs zijn voordat je er veilig op kunt rijden?
Voor één persoon geldt dat het ijs minstens acht centimeter dik moet zijn om veilig op te kunnen rijden. Voor grotere groepen of mensen met een fiets of slee is meer dikte nodig. De Elfstedentocht wordt alleen gereden als het ijs overal minstens vijftien centimeter dik is.

Wat is het verschil tussen noren en schaatsen met een vaste zool?
Noren zijn schaatsen waarbij de ijzer vastzit aan een laarsvormige schoen. Ze bieden meer steun en zijn geschikt voor langere afstanden op natuurijs. Schaatsen met een vaste zool, zoals langebaanschaatsen, zijn stijver en sneller, maar vragen meer techniek en zijn minder geschikt voor beginners.

Hoe vaak wordt de Elfstedentocht gereden?
De Elfstedentocht wordt alleen georganiseerd als het ijs langs de hele route dik genoeg is. Dat is zeldzaam. Tussen 1909 en 1997 werd de tocht vijftien keer gereden. Na 1997 is er geen editie meer geweest vanwege te weinig vorst.

Kun je het hele jaar door leren rijden op het ijs?
Ja, dat kan. Op kunstijsbanen in Nederland is het mogelijk om het hele jaar te schaatsen, ook buiten het winterseizoen. Veel banen bieden ook beginnerslessen aan voor zowel kinderen als volwassenen.

Nach oben scrollen